vleesvoedingwetenschap

Vlees als ingrediënt voor een gezonde voeding?

Best wel wat Belgen laten vlees links liggen omwille van gezondheidsredenen. En dat toch wel wat ten onrechte. Steeds vaker horen we ook signalen vanuit de medische wereld dat het ongezonde etiket dat vlees voor sommige mensen met zich meedraagt, grotendeels ten onrechte is. De waarheid ligt veel genuanceerder.

Vlees zorgt voor heel wat nuttige bouwstenen voor ons lichaam:

Eiwitten

Vlees bevat eiwitten met een hoge biologische waarde, die goed verteerbaar zijn. Deze brengen essentiële aminozuren aan, waardoor de opbouw en het onderhoud van lichaamsweefsels optimaal verlopen.

Cholesterol

Het cholesterolgehalte staat los van het totale vetgehalte en de diersoort. Orgaanvlees (bv. lever, niertjes, hersenen) en het vel van gevogelte bevatten meer cholesterol.
Een hoge hoeveelheid cholesterol in de voeding leidt evenwel niet automatisch tot hogere cholesterolwaarden in het bloed. Zo hebben verzadigde vetzuren zelfs een grotere invloed op het cholesterolgehalte.

Koolhydraten

Vlees levert geen tot weinig koolhydraten. Enkel in charcuterie zit een relatief kleine hoeveelheid omdat er zetmeel is toegevoegd.

Mineralen

Vlees is een belangrijke leverancier van verschillende mineralen zoals ijzer en zink. In tegenstelling tot deze uit plantaardige voeding worden de mineralen uit vlees vlot opgenomen door het lichaam. Bij volwassenen verloopt de opname van ijzer bijvoorbeeld voor 1 à 5 procent via plantaardige producten en voor zowat 22 procent uit vlees. Wie geen vlees of vis eet, moet daarom zijn voorzorgen nemen om ijzertekort tegen te gaan.

Zout

Vers onbereid vlees bevat weinig zout. In charcuterie kan daarentegen wel veel zout zitten. De hoeveelheid verschilt naargelang de soort. Vleesworst en gekookte ham bevatten ongeveer 2,5 gram zout per 100 gram, salami bijna 4 gram en gerookte vleeswaren kunnen meer dan 5 gram zout per 100 gram bevatten.

Vitaminen

Vlees is vooral een goede bron van B-vitaminen: B1 (vooral varkensvlees), B2, niacine, B6 en B12.
Omdat plantaardige voedingsmiddelen geen of praktisch geen vitamine B12 (nodig voor de aanmaak van rode bloedcellen en de goede werking van het zenuwstelsel) bevatten, is men voor de aanvoer ervan aangewezen op dierlijke producten zoals vlees, vis, eieren en zuivelproducten.
Lever bevat ook veel vitamine A en D. Omdat orgaanvlees rijker is aan cholesterol en giftige afvalstoffen zich in deze delen gemakkelijker ophopen, beperk je de consumptie ervan het best tot eenmaal per twee weken.

Vetten

Het vetgehalte van vlees varieert enorm. Rosbief, kippenborst en mager kalfsvlees bevatten bijvoorbeeld nog geen 2 gram vet. In andere vleessoorten zoals gehakt, worst, paté en salami kan het vetgehalte makkelijk oplopen tot 30 procent.
Hoewel vlees vooral een bron van verzadigd (ongezond) vet is, kan het ook enkelvoudig onverzadigd (gezond) vet bevatten, dat geen negatieve invloed heeft op de cholesterol.
Hoe minder vet het vlees bevat, hoe hoger het aandeel enkelvoudig onverzadigde vetzuren. Reden te meer om de voorkeur te geven aan magere

Je kan dus gerust stellen dat vlees zeker niet mag ontbreken in je dagelijks voedingspatroon. Maar zoals met alle goede dingen in het leven, doe je alles best met mate. Ik kan alleen maar suggereren dat je dan best kiest voor kwaliteitsvol vlees, recht van op de hoeve. Zo weet je wat je eet!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *